Broodfonds: sociaal alternatief voor een arbeidsongeschiktheid verzekering.

Drie jaar geleden ben ik begonnen om een Broodfonds op te richten voor kleine zelfstandigen als alternatief voor de veelal dure en inflexibele arbeidsongeschiktheidsverzekering. Na een moeizaam begin, veel ZZP’ers kijken ook eerst de kat uit de boom bij een nieuwe initiatief, zitten we inmiddels op ruim 40 leden. Het broodfonds is nu gezond met een ruime buffer en inmiddels hebben wij een aantal leden al financieel kunnen ondersteunen bij hun arbeidsongeschiktheid.

Wat is een broodfonds?                                                                                                 Maar wat is een broodfonds? Het werkt als volgt. Elke deelnemer spaart op een eigen rekening een vast bedrag per maand. In mijn geval is dat 122,50 euro per maand. Die rekening is geblokkeerd. Ik kan er niet zelf aankomen, maar heb een machtiging gegeven aan het bestuur van het Broodfonds waar ik lid van ben. Datzelfde geldt natuurlijk voor de andere leden.

Als ik ziek word, meld ik me bij het bestuur en vraag een uitkering aan. Net als bij een AOV heb ik te maken met een wachttijd van een maand. Daarna gebeurt er iets spectaculairs. Alle deelnemers doen mij maandelijks een schenking, zolang ik ziek ben. Broodfondsen maken namelijk gebruik van de belastingwetgeving waarin is vastgelegd dat je elk jaar maximaal 1500 euro mag schenken aan iemand, zonder dat daar belasting over verschuldigd is. Doordat alle leden een klein stukje storten, heb ik toch voldoende om van te leven.

Om dit hele proces makkelijk en eenvoudig te houden hebben de Broodfondsmakers hiervoor samen met de Triodosbank een prachtig systeem ontwikkeld. Als deelnemer heb je er geen omkijken naar. Het bestuur van het broodfonds waarbij ik aangesloten ben, heeft tot taak om de vinger aan mijn (zieke) pols te houden.

Werkt het?
Het antwoord is kortweg: ja. Het werkt en het groeit. Er zijn inmiddels meer dan 150 zelfstandige broodfondsen en we merken in het broodfonds waar ik tot voor koert voorzitter van was dat er veel belangstelling is. We zijn nu met 44 leden maar verwachten binnen een jaar wel bij het maximale aantal van 50 leden te zijn. De cijfers van de afgelopen jaren laten zien dat een gemiddeld broodfonds een ziekte percentage van 1% heeft, dus dat is nog een half procent lager dan het landelijk gemiddelde.

Waarom werkt het?
Er zijn allerlei redenen aan te voeren waarom het werkt. Veel deelnemers vallen voor het sympathieke karakter van een broodfonds. Een broodfonds gaat uit van vertrouwen: je wilt als ondernemer niet ziek zijn, dus je maakt er alleen in uiterste noodzaak gebruik van. Je bedondert elkaar niet, dus je meldt je alleen maar arbeidsongeschikt als je dat ook echt  bent. Je wilt elkaar helpen, omdat je zelf ook graag geholpen wilt worden. In veel gevallen helpen broodfondsleden elkaar dus ook bij het opvangen van het werk dat natuurlijk niet gedaan wordt als iemand ziek is.

Daarbij is het ook goedkoper dan een reguliere AOV. Een kanttekening is daarbij op zijn plaats. Als je langdurig ziek bent, biedt een broodfonds uitkomst voor maximaal twee jaar. Daarna stopt de uitkering. Wil je dus voor ‘de rest van je leven’ zekerheid, moet je een AOV met een wachttijd van 2 jaar afsluiten. Dat soort AOV’s zijn er nog maar mondjesmaat. Onder andere Ohra en de Amersfoortse bieden die wel aan.

Een ander groot voordeel is dat je spaart op een rekening die van jezelf is. Mocht je stoppen met het broodfonds, is het geld dat je hebt gespaard ook echt van jou. Daarbij komt dat je na een paar jaar sparen voldoende buffer hebt opgebouwd en je niet meer hoeft te sparen. Vanaf dat moment is de financiële druk écht laag.

Netwerk
Tot slot is een broodfonds ook echt een netwerk. Juist omdat je met elkaar risico deelt en zorg wilt dragen voor elkaar is het nuttig om elkaar beter te leren kennen. Het gevolg is dat je daarmee je eigen netwerk ook weer uitbreidt. Zo ontstaan er binnen broodfondsen vaak hele leuke samenwerkingen en worden nuttige en leuke activiteiten op poten gezet.

Collectiviteit
Broodfondsen passen in deze tijd. Veel mensen zijn de afhankelijkheid van grote, anonieme en vaak wantrouwige grote verzekeraars beu. Daarbij blijkt dat je veel meer zelf kunt organiseren dan we lang dachten. Het voelt gewoon goed om het roer over je eigen leven (al is het maar voor een stukje) weer in handen te nemen. Of om dat op zijn minst uit handen te geven aan mensen die je kent.

Heb je interesse om lid te worden van een broodfonds? Kijk op www.broodfonds.nl of stuur me een mail. Met dank aan mede bestuurslid Rob Bosveld.

Interpolis OpMaatverzekering

In 2000 had ik via de Rabobank een Interpolis Opmaatverzekering afgenomen als kapitaalverzekering voor mijn huis. In 2009 kende deze woekerpolis een kostenpercentage van maar liefst 55,8 % van de inleg! Met name de premies overlijdensrisicodekking van 40% hakten een flink deel van de inleg weg.

Rabobank woekerpolis aanbieder

In 2005 was deze polis al niet meer gekoppeld aan de hypotheek omdat ik verhuisde en een andere hypotheekverstrekker dan de Rabobank koos. De Rabobank gaf aan dat deze polis gewoon door kon blijven lopen maar verzuimde daarbij te melden dat dat zeer nadelig is door de hoge kosten en fiscale nadelen.

Adviesgesprek

In 2008 gaf ik in een adviesgesprek bij de Rabobank aan van deze polis af te willen en een voorstel te verwachten. Na herhaaldelijk bellen en e-mailen met hetzelfde verzoek bleef het akelig stil van de kant van mijn voormalige huisbank. Achteraf snap ik ook wel waarom. Er zat nog steeds een aardig maandelijkse premie aan “kosten bemiddelaar” en kosten verzekeringsmaatschappij” op deze polis…

In december 2010 heb ik deze polis stopgezet. Resultaat -20,67 % van de inleg.

Interpolis vaarwel

Het resultaat van deze ervaring is dat ik alle Interpolis (toen dochter van Rabobank nu van Achmea) producten heb stopgezet: De Arbeidsongeschiktheidsverzekering van hun was erg duur. En ik had al mijn bedrijfsmatige en privé (opstal, WA, inboedel) verzekeringen ook bij hun lopen. Je kunt van Interpolis veel zeggen maar ze hebben goede econometristen in dienst; hoge premies en weinig kans op uitkeringen bij schade.

Ik heb in de circa 15 jaar dat ik mijn verzekeringen bij hen had zo’n 3 schadegevalletjes gehad. En alle 3 kon om een of andere reden niet worden uitgekeerd. Als je toch weinig kans maakt op een uitkering dan liever de goedkoopste verzekeringen nemen. Zodoende ben ik met met de meeste verzekeringen uitgekomen bij Univé.

Interpolis heeft jaren goed aan mij verdiend maar dat is nu echt voorbij. Tevens zal ik de Rabobank ook niet meer zien als mijn huisbank waar ik veel van mijn financiële producten zal kopen. Ik vertrouw hen niet meer en zal mij niet meer als trouwe klant gedragen.

Tevens ben ik een kifid procedure begonnen om de geleden schade op deze woekerpolis volledig vergoed te krijgen.

Via het ontwoekerformulier kunt u een analyse laten uitvoeren op uw woekerpolis om te kijken hoe groot de compensatie van geleden schade kan zijn.